-
Terloops
Ik
kom een bar binnen.
-
Nog
nooit hier geweest.
-
Als
een indringer neem ik plaats en probeer quasi zelfverzekerd een
bestelling te plaatsen.
-
Gelukkig
gaat het de barkeeper allereerst om negotie, dus mijn verzoek wordt
ontvankelijk verklaard.
-
So
far so good…
-
-
Allerwegen
ogen op je gericht.
-
Wie
is dat dan wel en wat komt die hier doen?
-
Dit
is onze bar, ons gezelschap en wij komen hier altijd.
-
Liefst
geen veranderingen en als het dan toch moet, dan houdt die zich maar zo
rustig mogelijk.
-
Stelletjes.
-
Ik
alleen.
-
Iedereen
denkt: Die is op zoek….
-
-
Ik
beken het eerlijk, ik ben altijd op zoek.
-
Op
zoek naar mezelf, ontspanning, een leuke vrouw.
-
De
mannen kijken onder invloed van de hoog getoupeerde vrouwen argwanend
naar mij en het zijn nooit de vogelnestjes die mij zullen aanspreken.
-
Nee
de dakdekkers, elektriciens en fabrieksarbeiders zelf spreken mij na
verloop van tijd aan, puur om te weten wat ik hier wel zoek.
-
Dan
komt het ogenblik, dat het ijs gebroken lijkt en ik probeer ieder spoor
van dialect te vermijden.
-
Dat
is na mijn binnenkomen de tweede fout.
-
Ik
ben een kakventje; een professor…
-
En
daar heeft niemand iets mee op.
-
-
Nu
ik dit al talloze malen heb meegemaakt is het mij plotseling genoeg en
spui alle dialect dat ik in mij heb als een diarree uit over het
verzamelde gezelschap, gebruikmakend van meerdere
geslachtsgemeenschapstermen en alle overige verzinbare gemeenplaatsen,
en….
-
Plotseling
zitten we op één lijn.
-
Ik
hoor er nu bij.
-
Ik
mag bier bestellen wanneer ik maar wil.
-
Geheel
ongedwongen en terloops komen de nu van de professorale waan
bevrijde toupetten naast me zitten en knopen het ene triviale gesprek na
het andere aan.
-
-
Ter
plekke concludeer ik, dat cultuur
geen zin heeft; dat denken geen zin meer heeft en dat ik met mijn
kortstondige uittreding mijn eigen regels heb overtreden.
|
|
|
|
|