![]() |
De PLORK
(Zuid
Frankrijk) Hij. Naar de bevrijding van mijn hijgend hert… De laatste meters. Amper boven, kijk ik in het gelaat van mijn nieuwe vriendin en deelgenote in deze queeste. Geuren van lavendel, rozemarijn, kamille en andere wilde kruiden omringen mij als een onontgonnen parfum. Ik zie haar hoofd uittorenen boven kruid en onkruid Een hoofd alleen. Een grotesk hoofd boven al het wilde en onbevangene. Wat daar uitsteekt is minder dan middelmatig. Als mijn geest eindelijk is bekomen van deze bezwangerende invloeden, zie ik plotseling de PLORK in haar. “Gaat het een beetje” Vraagt ze. “Ja” zeg ik zwaar hijgend, onderwijl denkend, dat lichaam en geest nooit gescheiden mogen worden. Rationeel, als ik ben besef ik, dat de ramp die zich reeds bij haar geboorte heeft voltrokken, zich nu pas ten volle aan mij heeft geopenbaard.Haar gezicht ontbeert schoonheid. Ze is ronduit lelijk te noemen. Zelfs het geurende lavendelsfeertje verbetert niets. Jammer. Want dat heerlijk geurende, schitterende lichaam van gisteren helpt mij nu niet meer om op andere gedachten te komen. Hoe is het in godsnaam mogelijk, dat je tegelijkertijd zo mooi en zo lelijk kan zijn! Lees hieronder verder |
|
Zij. Hem valt niets bijzonders op, maar die twee zijn zich vanaf nu volledig bewust van hun
Prettige
Lichamen
en
Ontzettende Rot
koppen |
|