Ontluiking

Leergierig, als we zijn  zouden we graag begrijpen
Wat onze ogen zien.
Ik ben met mijn vrienden een dagje uit in Luik.
Wat kunnen we verwerken?

We worden gedwongen een
Menselijke rekenmachine te zijn
Ruimtelijke kunst omzetten
Naar begrijpelijke dimensies.
Maar vertwijfeld kijken wij elkaar aan.
          

Wat moeten wij hiermee?
Deze ruimte is Escheriaans verstoord.
En maakt ons duizelig door haar schijnperspectief.
Twee smoezelig roodgeschilderde zuiltjes
Zijn de bron van een aantal zwarte draden
Die quasi nonchalant de ruimte beperken
Tussen die draden beginnen zich nu 
Gedachten te ontspinnen

Een spin worden we, een die tegen beter weten,
In de winter een vlieg wil vangen.
Niets hebben we dus begrepen
Maar dan horen we de holle lach
Van de kunstenaar, die nu al weer een volgend museum
Voorziet van hetzelfde fenomeen.
De inmiddels slappe draadjes
En de kwakzalverige zuiltjes
Maken van het kunstwerk
Een droevig surrogaat.

De Permeke’s, Appels, Kadinsky’s en Picasso’s
Kijken meewarig over onze schouders mee.
Naar dit deerniswekkende tafereel

Nu het museum geen geld meer heeft
Voor verwarming en onderhoud
Hebben de schilderijen
Slordige bubbels in alle hoeken
En zien de lijsten er gedefloreerd uit.
Er is sprake van ernstige ontLuiking!

Het wordt ons steeds duidelijker:
Ook de groten der aarde lijden onder de koude.
Onverminderd deze last blijven wij die hele middag
De enige bezoekers in dit Luikse museum.
Maar wel steeds met 3 wachten, die voor
BF 10.000 per persoon per dag
Snoepen aan ons entreegeld van BF 300 de man!

Als wij dan langs de mindere schilderijen lopen
Is de aandacht plotseling verslapt.
Alsof we die wel mogen bekrassen of jatten.

Niemand weet nog,
Dat ik iets onder mijn jas heb.
En vriendelijk groetend
Verlaten wij het museumIk steek een sigaret op
En krijg een onbeheersbaar verlangen
Om een hap te nemen uit mijn

Appel!