IJsklontjes
Om drie uur doe ik mijn achterdeur
open.
Ik loop tegen een benauwde hitte aan.
Maar buitenmens als ik ben zet ik door.
Ga naar mijn schuur en pak twee rotan stoelen.
Draai mijn luifel helemaal uit.
Plaats mijn parasol van 3m doorsnee daarvoor.
4 kussentjes als zitting en rugleuning.
Pilsje ingeschonken.
Heerlijk, maar net niet helemaal
koel, misschien.
Om kwart over drie belt mijn zoon vanuit Düsseldorf.
Hij is nu een maand van huis vanwege beurzen.
Hij is onderweg naar mijn ijskoude pilsje.
Een uur later is hij er al, de laagvlieger.
Maar hoe ik ook zoek, een koud pilsje heb ik
niet.
De deur van de koelkast heeft uren op een kier gestaan!
En wij behelpen ons beiden met ijsklontjes.
Onderwijl het zweet van ons gezicht wissend.
Wij gaan Barbecue’en.
Ik heb satés gemarineerd in de koelkast staan.
Gisteren ook gegrild en carnivoor als ik ben,
heb ik nooit te weinig vlees.
Zestien stokjes rijk gevuld met van kruiden en
olie bezwangerd vlees.
Zestien ongewone satés, want ik voorzie ze
tegenwoordig van paprika en gerookte stukjes spek!
Een waarlijk goddelijke combinatie, die een
tongstrelende afwisselingen tot gevolg heeft.
Deze smaakeilanden worden vervolgens overgoten
door een pindasaus, waarop ik, al zeg ik het zelf, totaal afgestudeerd ben.
Maar ja de pindakaas en de chillisaus hebben
gisteren al de geest gegeven.
Dus toch nog inkopen doen.
Om zes uur is het dan zo ver.
De Barbecue aansteken.
Weer satés rijgen
De pindasaus maken.
Brood bakken.
Fles wijn ontkurken.
De eerste acht liggen al lekker te sudderen.
Erg positieve gedachten vullen onze geest, in afwachting van het heerlijk
avondje…
Aan de horizon rommelt het wat.
En de satés pruttelen rustig verder.
Die drukkende warmte ook, dat kan in Nederland nooit goed gaan.
Optimistisch als we zijn, blijven we het beste
van hopen.
Dan de eerste bliksemflits.
Het zal waarschijnlijk langs ons heen gaan.
Het is ver weg naar het noorden te doen.
En als we de satés een tweede keer
keren, komt de eerste windvlaag.
We moeten luifel en zonnescherm vasthouden.
De barbecue schuift als vanzelf een meter op.
Ineens vallen er grote druppels.
En voor we het weten begint het te hagelen.
Aan de horizon is het nog steeds licht.
En wij denken, we zitten aan de rand van het onweer.
Maar onweer is onvoorspelbaar.
Na amper 20 seconden vallen er rotsblokken uit de lucht, met grote knallen
op ons zonnescherm, ons vakantie-kampeer-regengeluid-op-de-tent-gevoel
vergallend.
De ijskristallen zijn zo groot als golfballen.
Daartussendoor regent het nu ook al zo erg, dat we de huizen aan de overkant
op 30m afstand niet meer kunnen zien.
En we weten het.
Dit gaat goed fout!
De ijsblokken nemen nu het formaat van tennisballen aan.
Het wordt echt gevaarlijk.
Dus onder de luifel blijven.
De wind neemt nog toe.
Beiden houden wij met één hand de parasol en met de andere het zonnescherm
vast, om te voorkomen dat de ene hoog in de lucht zal verdwijnen en de
andere uit de muur zal scheuren.
De satés liggen verontwaardigd te
spetteren, wanneer ijsblokjes als nieuwsgierige mussen het houtskoolvuur
komen verkennen.
Opspringend vanuit het gras, meters voor ons
springen zij, atletisch precies in dat kleine bakje van de barbecue.
Wij hebben onze handen vol met de wind.
En nu ook plotseling met een gigantische hoeveelheid water, dat op
onverwachte ogenblikken van de luifel gutst, uiteraard precies in ons
hoofdgerecht.
We beseffen, dat willen we de luifel redden, we de natuur moeten na-apen.
Het hoost nu zo hard, dat we
voortdurend het verzamelde water op de luifel naar de buitenrand moeten
drukken.
Dan valt de parasol om en waait wonder boven wonder niet weg.
Dankzij de neerwaartse resultante van opwaartse
wind en neerkomende regen.
Van de zenuwen lachen wij elkaar toe als boeren met kiespijn.
Je maakt per slot van rekening toch wat mee.
De luifel kraakt onder het gewicht
als een oud zeiljacht met jicht.
Maar we redden het gelukkig.
Nu kunnen we de luifel al iets indraaien
En wat gerechten naar binnen loodsen. (Wat
een toepasselijke term bij dit waterballet)
De drankjes zijn verpieterd door
smeltwater en satémarinade
Het tafelkleed eveneens.
Het kleeft als een tweede vel aan mijn gemarmerde tafeltje.
Het zal wel schoon regenen, denk ik praktisch, nu de luifel geheel is veilig
gedraaid.
Wij zijn beiden door- en doornat.
IJs- en ijskoud.
Maar in- en in gelukkig.
Met rode konen bereiden we het eten
nu verder in de oven.
En als we dan even later aan de koffie met Cognac zitten...
Besef ik dat het 3 juni is.
De verjaardag van mijn beste vriend,
Maar nu hij er niet meer is, wordt deze dag op
de een of andere manier belangrijker.
Je beseft dat je niet vanzelfsprekend leeft.
Steeds vaker voel je bij je zelf kleine of grotere storingen, die je met
oppervlakkig gedrag probeert recht te strijken.
Niet aan denken.
Anders heb je geen leven meer.
En in deze donkere dondernacht,
Ontkom je ook niet meer aan duistere gedachten.
Over jouw ongewisse toekomst.
Zal mijn ongezonde levenswandel uiteindelijk culmineren in een vrolijk of
een kwalijk einde?
Ik probeer zijn weduwe te bellen om haar een hart onder
de riem te steken.
Maar zij is even weg, volgens haar antwoordapparaat.
Geen wonder op zo’n dag.
Dan moet je niet rouwen.
Dan moet je feesten.
En alleen de goede dingen voor ogen houden.
Morgen schijnt de zon weer.
Maar als hij dat niet doet, dan is het ook goed.
Want we gaan gewoon door, alsof er niets is gebeurd.
Optimistisch en vol vertrouwen
Steek ik een sigaret op en doe drie ijsklontjes in mijn Whisky.