Conflictlaan
Sinds vandaag woon
ik in een
laan.
Het was niet de eerste keer, dat de gemeente in actie kwam. Een jaar en drie
maanden geleden toen ik nog door de modder naar mijn voordeur moest waden,
werd de eerste streep gezet.
Met geel vetkrijt.
Onuitwisbaar definitief.
BOOM
Nou ja, “B”
Ja er komt een boom.
Een scheiding tussen auto’s, die er vervolgens niet meer tussen passen.
Burenruzies….
Kunt u voortaan niet –iets-
socialer parkeren?”
Half uitgesproken ongenoegens en door de opgekropte
sentimenten, spreken buren elkaar bijna niet meer aan. Parkeerproblemen
nemen langzamerhand de plaats in van het goede “nieuwe huis gevoel”.
Burgerlijkheden worden afgewisseld met kleinburgerlijkheden.
Amsterdamse toestanden op provinciaal niveau.
Nu we in een Laan wonen, wanen we ons een trede hoger op de maatschappelijke
ladder.
Maar dat de bomen nog niet tot in de hemel groeien, moge duidelijk worden
Argwaan heerst.
Iedere buur let nauwgezet vanachter zijn nauwelijks gesloten glasgordijnen
of de buurman of –vrouw niet in overtreding is.
Mijn
plaats is voor mijn
deur en niet aan de overkant, waar plotseling geen hond meer wil parkeren,
ondanks dat daar plaats genoeg is.
Buurvrouwen met hun tweede auto worden uitgemaakt voor “kutwijf” en
de mannen voor “klootzak”
alles achter de vitrages uiteraard).
Op ogenblikken van gelijktijdige thuiskomst heeft dit helaas al
moeten leiden tot zodanige conflictsituaties, dat zo een pas aangeplante
boom is geknakt en daarbij waarschijnlijk ook, onherstelbaar, de betrokken
zieltjes.
Toen ik dit gekrakeel eens
bezag, probeerden de partijen mij in hun
conflicten te betrekken, als een soort arbiter.
(Nu kan ik wel eens erg streng kijken. Vooral als ik
s’ochtends opgestaan ben na een nacht vol conflictdromen).
Mijn Salomonsoordeel zou als een splijtzwam kunnen werken.
Wijsheid wordt niet geboren, maar moet zich langzaam ontwikkelen en
kennelijk
ziet mij dus voor vol aan.
Er blijven mij dus slechts twee oplossingen in deze
Gordiaans knoop:
1. Zal ik in deze
conflictsituatie lafhartig naar mijn schuur sluipen, de fiets nemen en tot
hijgens toe mijn schulgevoelens van mij aftrappen, in de hoop, dat wanneer
ik weer teruggekomen ben, alles in der minne is geschikt; vergeven en
vergeten; met de mantel der liefde is bedekt?
2.Of
zal ik gaan fietsen en mijn kruis dan zodanig doorslijten op het iets te
hoge zadel en vervolgens mijn mantel der liefde openen midden voor de
krakelende toeschouwers?
Ordinair?
Ja, wonder o wonder ineens zijn alle parkeerproblemen
opgelost en heeft iedereen gesprekstof voor minstens twee weken
Vrolijk geeft iedereen elkaar voorrang.
Nee… gaat u daar maar staan buurvrouw. Eh… heeft u dat gezien van die vent
op nummer 11?…
Ja, walgelijk hè? En zo’n kleintje ook nog.
Ja, mijn Jan….
Na een maand of twee wordt er al
gezegd dat die van nummer 11 de godsganselijke dag in zijn blote reet door
het huis rent.
Dat zijn werkster al niet veel beter is en dat al zijn vriendinnen
niet deugen.
Hij moet dus dringend gaan verhuizen.
------------------------------------
Zijn nieuwe woning, op het platteland is van God verlaten.
Hij mag nu eindelijk de godsganse dag in zijn blote kont lopen.
Zijn werkster is er niet vies van en al zijn vriendinnen gaan na een
gezellige avond voldaan naar huis.
Kortom
hij heeft “a hell of a time”.
Geen haan kraait ernaar en zo wordt hij langzaam en ongestoord erg
bejaard.
Helaas helpen geen van beide scenario’s
veel.
Het ligt namelijk
aan de karakters, hoe gereageerd wordt.
De vluchteling
van 11 denkt: Getrouwd =Trouw beloofd.
Van die trouw wordt iedere maand een stukje
zeggenschap genomen en nooit meer teruggegeven en voor je 25 jaar getrouwd
bent is er geen balans meer te bekennen en word je voor het karretje van
kleinburgerlijke twistjes gespannen.
Jij mag voortaan minioorlogjes uitvechten en parkeerproblemen oplossen, ook
al zijn die er niet.
Inmiddels is je interieur ook al zodanig veranderd, dat je je een allochtoon
begint te voelen in eigen huis.
Op deze leeftijd worden mannen steeds lankmoediger.
Vrouwen onverzadigbaar fanatiek en terug naar af.
Onherstelbare conflicten manifesteren zich in onaanvaardbaar parkeergedrag.
Wie weet wat er verder nog verscholen zit achter die glasgordijnen?
Het onvermijdelijke zal altijd gebeuren. (Murphy)
Door deze emancipatoire evolutie zullen de vrijgevochten
“dames” definitief regeren, terwijl hun mannen gedwee het Louis Quinze
interieur stofvrij moeten houden.
Onze hoofdpersoon op het boerenland is echter bezig met
het bouwen aan een nieuwe toekomst en ziet zijn reeds verwekte dynastie met
optimisme tegemoet.
(1999)